
Import is van belang voor positie visverwerkende en exporterende bedrijven
'Zonder import geen export' klinkt erg resoluut, maar is wel verklaarbaar. Doordat de vangstmogelijkheden voor de Nederlandse kottervloot de laatste twee decennia zijn afgenomen, zijn de visverwerkingsbedrijven verplicht om elders grondstoffen in te kopen. Om de continuïteit van de visverwerkende en exporterende bedrijven te waarborgen en de concurrentiepositie op de Europese markt te verstevigen, worden er met de regelmaat van de klok bronnen aangeboord in het buitenland. De traditionele handelsgeest laat zich duidelijk gelden en Nederland heeft inmiddels een uitzonderlijke positie in Europa ingenomen. Uit importen en eigen vangst komen producten die in heel Europa en daarbuiten verkocht worden. Nederland is een van de grootste leveranciers van Europa op het gebied van vis, schaal- en schelpdieren.
Vissers, veilingen, verwerkers en exporteurs leveren ieder op uiterst moderne wijze vis, schaal- en schelpdieren, die vaak niet eens van de eigen kust afkomstig zijn. Nederland importeert voor ongeveer 1,4 miljard euro aan vis en exporteert voor ruim 2 miljard euro. Een echt knooppunt dus. Van platvis en de verwerking van garnalen uit de hele wereld tot - natuurlijk - maatjesharing en andere haringproducten domineren de Nederlandse verwerkers de Europese markt.
Aanvoer
Circa eenderde van de aanvoer wordt aangevoerd door de eigen vloot. De rest wordt geïmporteerd. De aanvoer op de Nederlandse afslagen bestaat voor een belangrijk deel uit schol en tong, waarvan driekwart geëxporteerd wordt, voornamelijk naar Italië, Duitsland en Spanje. Maar ook het gros van de overige vissoorten die de kotters aanvoeren, passeert de Nederlandse grens. Kabeljauw gaat vooral naar Frankrijk, evenals rode poon en mul. Schar en horsmakreel zijn in trek bij Japanners. Mosselen gaan veel naar België, Frankrijk en Duitsland. Maatjesharing is erg populair in België en Duitsland.
Schepen met diepvriescapaciteit aan boord, de zogenaamde diepvriestrawlers, vissen voor de kust van West-Afrika, Ierland, Schotland en in het noorden van de Noordzee. De vis wordt direct aan boord ingevroren en afgezet in West-Afrika, Egypte, Cuba, China, Filippijnen, Japan en Oost-Europa.
Verwerkende industrie
De verwerkende industrie kan niet meer buiten importen. De Noordzee heeft in vergelijking met pakweg twintig jaar geleden minder te bieden. Daardoor wordt er minder vis aangevoerd in de afslagen. Bovendien is de afzet in Nederland relatief gering zodat de verwerkende industrie vrijwel volledig afhankelijk is van import en dus ook de export. De import is vele malen hoger dan de eigen consumptie en tegelijkertijd exporteert Nederland meer vis dan het importeert. Het overgrote deel van de vis die door Nederlandse kotters wordt aangevoerd, is namelijk ook bestemd voor de export. Nederlandse vis ligt vrijwel overal in Europa.
Groothandel
De laatste jaren is een aantal groothandelaren, het gaat om ongeveer 120 bedrijven, zich meer gaan toeleggen op de import en distributie van visproducten afkomstig van landen buiten de Europese Unie. Belangrijke producten zijn diepgevroren garnalen, diepvriesvis en visconserven. Bekende nieuwe geïmporteerde vissoorten zijn botervis, tilapia en nijlbaars. Opvallend is dat sommige visproducten invoeren en direct weer uitvoeren. Veel vis wordt via de haven van Rotterdam in- en uitgevoerd en overgeslagen. Hierdoor functioneert Nederland als poort van de rest van Europa. Het is de logistieke kracht van de Nederlandse bedrijven die hier wordt benadrukt.
Import van zoetwatervissen
De ontwikkeling van de import van zoetwatervissen heeft een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Werd in het begin de vis nog gewoon in kartonnen dozen verpakt, inmiddels zijn de verwerking, verpakking en het vervoer dusdanig gemoderniseerd dat het een wezenlijke bijdrage aan de uiteindelijke kwaliteit levert. Met name nijlbaars en tilapia zijn vissoorten die in toenemende mate geïmporteerd worden. Met de kwaliteit is ook het volume in export gestegen. In 1997 werd er voor zo'n 400.000 kg. verse nijlbaarsfilets per week naar Europa geëxporteerd. In 2001 is dat gestegen naar 700.000 kg. Van de totale import blijft slechts 5% in Nederland. De rest wordt weer geëxporteerd naar de VS, Spanje, Italië, Frankrijk, Duitsland, België en Scandinavië.
Import van kabeljauw
De import van zoetwatervissen is een voorbeeld van het zoeken naar alternatieven voor bestaande vissoorten. Het importeren van kabeljauw laat zien hoe Nederlandse bedrijven inspringen op een product dat in de Noordzee schaarser begint te worden.
In de jaren zeventig wist de Nederlandse kottervloot jaarlijks een fikse hoeveelheid tong, schol, wijting en kabeljauw via de visafslagen aan wal te brengen. In de jaren tachtig daalden de vangsten echter en al gauw ontstond er een schaarste. Om de verwerking en export van kabeljauw op peil te houden wendden Nederlandse handelaren zich tot Denemarken, Schotland en IJsland en later Noorwegen. Nu komt bijna 80 procent van alle kabeljauw die in Nederland verwerkt wordt uit het noorden.
Wederom is aangetoond dat een moeilijke periode de bedrijven kan aansporen vindingrijk te zijn teneinde verzekerd te zijn van grondstoffen. Want door de schaarste hebben bedrijven hun grenzen verlegd en leveren ze een belangrijke bijdrage aan de sterke positie die Nederland in Europees verband inneemt als transito-land.