
Van visser tot exporteur: kwaliteit, moderne bedrijfsvoering en verantwoordelijkheid staan voorop
Het principe van samenwerking
"Aan boord is iedereen verantwoordelijk." Dit principe wordt binnen de traditionele Nederlandse visserij verwoord als het "co-management systeem". Dit komt neer op een samenwerkingsverband omwille van het gemeenschappelijk belang.
Samenwerking ligt ten grondslag aan de draaischijffunctie van Nederland als grootste en belangrijkste centrum voor vis, schaal- en schelpdieren van Europa. Nederland fungeert als Europese marktplaats op dit gebied. Uit importen en eigen vangst komen producten die in heel Europa en daarbuiten verkocht worden.
Vanaf de vangst en de verwerking tot en met de export, die de grens van twee miljard euro ruimschoots gepasseerd is, staan kwaliteit van verwerking en productkwaliteit centraal. Door telkens veranderingen en verbeteringen door te voeren wordt op zeer geavanceerde wijze gewerkt en door een gezamenlijke verantwoordelijkheid kan de kwaliteit voortdurend geoptimaliseerd worden.
Nederland is een van de grootste leveranciers van Europa op het gebied van vis, schaal- en schelpdieren. Vissers, veilingen, verwerkers en exporteurs leveren ieder op zeer moderne wijze vis, schaal- en schelpdieren, die vaak niet eens van de eigen kust afkomstig zijn. Nederland importeert voor ongeveer 1,4 miljard euro aan vis en exporteert voor ruim 2 miljard euro. Een echt knooppunt dus. Hoe slagen ze daarin?
Verantwoording begint aan boord
Nederlandse vissers hebben van hun vissersschepen slagvaardige en uitstekend geoutilleerde vaartuigen gemaakt. Schol en tong, Noordzeegarnalen, Zeeuwse mosselen, een kleine hoeveelheid kabeljauw en natuurlijk de maatjesharing zijn Nederlands "gouden" vissoorten.
Tegenwoordig ziet het er aan boord heel anders uit dan vroeger. Net als in de rest van Europa wordt er nu met het Hazard Analysis and Critical Control Point (HACCP) systeem gewerkt. Dit Amerikaans hygiëne-controlesysteem is overal ter wereld standaard. Het HACCP systeem houdt in het kort in, dat op de plaatsen waar iets mis kan gaan op tijd voorzorgsmaatregelen worden getroffen en dat er voortdurend controle moet worden uitgeoefend. Op deze manier zijn de kwaliteitskritische punten beheersbaar.
Iedereen werkt daaraan mee. Korte sleeptijden, schoon roestvrij staal in de visruimen, en kratten die niet te vol worden geladen, omdat anders de vis wordt platgedrukt. Schipper en bemanning werken nauw samen om kwaliteit te leveren.
Dat geldt ook voor het op peil houden van de visstand, waar de Nederlandse visserij inmiddels vierkant achter staat. Zo wordt er tijdens de kuitzieke periode (paartijd) van schol gedurende de eerste maanden van het jaar minder op deze soort gevist. Het leegvissen van de zeeën levert immers geen goed perspectief voor de toekomst.
Nederland heeft een quoteringssysteem opgezet, dat afgestemd is op het principe van samenwerking, de gezamenlijke verantwoording en exploitatie. Volgens een bepaald systeem wordt er ongeveer 28.000 ton Noordzeeschol, 12.000 ton zeetong, 3.700 ton tarbot en griet en nog eens 16.000 ton andere soorten platvis (schar, bot) en 4.800 ton kabeljauw, 32.000 ton makreel en 2.000 ton wijting verdeeld.
Men heeft de quota over zogenaamde Biesheuvelgroepen verdeeld die het totaal van de groep beheren. Dat stelt Nederlandse vissers in staat om flexibel te vissen. Als een visser quotum te kort heeft kun hij het bijhuren van de groep. Als hij quotum over heeft, verhuren. Zo sluit de visserij goed aan bij het aanbod van de natuur.
Op de veiling gedefinieerde controle
Ook het Nederlandse veilingsysteem is uniek. De veilingen liggen bijna allemaal langs de kust en kunnen daardoor snel reageren op verse vangsten. Tegenwoordig bestaan er vaak banden met veilingen in andere landen van Europa en wordt er volgens uiterst moderne maatstaven gewerkt. De grootste van de in totaal elf veilingen zijn Urk, Den Helder en IJmuiden. Urk is bekend om de platvis, Den Helder ook voor Noordzeegarnalen. IJmuiden heeft een grote witvisveiling voor vangsten uit de Noordzee.
De Nederlandse veilingen zijn goed geoutilleerd. Er is onlangs besloten dat er meer koelsystemen in de veilingen worden geïnstalleerd, die de vangst direct op de optimale temperatuur houden en het klimaat in alle ruimten gecontroleerd regelen.
Vis wordt binnen de EU in drie categorieën onderverdeeld. E staat voor een extra-beste, A voor een goede en B voor een aanvaardbare viskwaliteit. Nederland wil hierin nog een stapje verder gaan door een gedifferentieerd A-systeem in te voeren. Zo onderscheidt men A1, A2, A3 enzovoorts. Hiermee kan men de kopers een nog nauwkeuriger kwaliteitsbeoordeling bieden en de keuzemogelijkheid verder uitbreiden. Maar zover is het nog niet.
Behalve de bewaking van kwaliteit en de beoordeling van de vangsten moeten de controleurs taken uitvoeren voor het RVV (Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees), om te keuren of de vis geschikt is voor menselijke consumptie.
Verwerking volgens de nieuwste criteria
Verwerking grenst in Nederland bijna aan toverij. Dat is goed zichtbaar op Urk. Vlak bij de veiling zijn de verwerkers van platvis gevestigd. Ze krijgen hun verse waar in de beste staat vanaf de veiling geleverd en maken er razendsnel de meest uiteenlopende producten van. Dat begon lang geleden met eenvoudige diepgevroren scholfilets en loopt nu door tot de meest verfijnde gemaksproducten, die - in de magnetron bereid - in een mum van tijd gebruiksklare maaltijden opleveren.
De Nederlandse verwerkers hebben veel geïnvesteerd een keten van de modernste en slagvaardigste verwerkingsbedrijven voor vis, schaal- en schelpdieren te plaatsen. Van platvis en de verwerking van garnalen uit de hele wereld tot - natuurlijk - maatjesharing en andere haringproducten domineren de Nederlandse verwerkers de Europese markt.
Echter niet altijd met Nederlandse vangsten. En zo neemt bijvoorbeeld de haven van Rotterdam ook daarvoor een belangrijke sleutelpositie in. Die is namelijk de aanvoermarkt - zij het zonder veiling - voor vis en schaal- en schelpdieren uit de hele wereld, die de Nederlandse verwerkers en ook veel hier gevestigde tussenpersonen en exporteurs over heel Europa distribueren.
Jaarlijks gaat er bijna 450.000 ton ingevroren en verse vis en viswaren door deze reusachtige toegangspoort. Rotterdam is daardoor een van de grootste vissershavens geworden, die producten uit de hele wereld aanbiedt, met name een breed assortiment garnalen, die overal vandaan komen en in Nederland verder worden verwerkt.
Er is echter ook veel dat via luchttransport bij verwerkers en tussenpersonen aankomt. Verse vis uit Afrika, Azië en Ecuador zoals de exotische bonte baars. Ook maakte Nederland vissoorten als de nijlbaars en de tilapia in Europa bekend.
Nederland heeft, met name op het gebied van vis, schaal- en schelpdieren, als leverancier van verse producten naam gemaakt in Europa.
Zeevruchten uit de hele wereld voor heel Europa
De Nederlandse groothandel en export zendt vis en schelp- en schaaldieren de hele wereld over, maar Europa is de belangrijkste markt. Voor de deur wordt gebruik gemaakt van de goede verbindingen, want hier bevindt zich de markt van miljoenen consumenten die zich graag willen laten voorzien van het beste uit de zeven zeeën.
Men behoort tot een sector, de visserijsector, en men is er trots op, dat naar buiten toe te tonen en samen aan de ontwikkeling van de markt te werken.
Dat geldt voor vrijwel alle Nederlandse producten, van maatjesharing tot platvis, de Noordzeegarnaal en de Zeeuwse mossel, die Nederland inmiddels op dit gebied marktleider van Europa heeft gemaakt.
De verwerkers en exporteurs blijven werken aan nieuwe producten en productvormen. Of ze sluiten zich aaneen tot verkoopgemeenschappen, om Europa en de rest van de wereld van producten uit hun land te kunnen voorzien. Wie eenmaal in Nederland vis heeft gegeten, weet hoeveel genoegen je daaraan kunt beleven.
Herby Neubacher